Piet Voogd

Petrus (roepnaam Piet) Voogd is geboren in Meppel op 16 september 1873. Toen Voogd 3 jaar was overleed zijn vader. Het gezin maakte een moeilijke tijd door. Toch kon hij in 1888 naar de kweekschool. Vanaf 1892 werkt hij op diverse plaatsen in Nederland als onderwijzer. In 1898 werd dat Amsterdam, waar hij zijn latere echtgenote leerde kennen: Elisabeth Antonia (roepnaam Eva) Pull. Zij was vrijdenker en lid van de SDAP. In Amsterdam werd Voogd ook zelf een actief lid van de SDAP. In de tussentijd behaalde hij de middelbare akte Duits en werd in 1902 leraar aan het Vossiusgymnasium in Amsterdam.

In november 1905 verhuist hij naar Tiel, waar hij als leraar werkzaam wordt aan de Tielse HBS en het gymnasium. Ook in Tiel wordt hij actief in de afdeling van de SDAP, die in 1905 was opgericht. Eerst wordt hij vice-voorzitter van de Tielse afdeling en daarna voorzitter. Secretaris van de afdeling is dan Barteld Bakker, die vanaf november 1907 als onderwijzer in Tiel werkt. Zowel Voogd als Bakker drukken een sterk stempel op de Tielse afdeling. Tijdens congressen in de jaren 1907-1909 bepalen zij het geluid van de Tielse afdeling.

Het landelijke conflict in de partij tussen de links-marxisten (David Wijnkoop e.a.) rond het weekblad De Tribune en hun royement leidt ook in Tiel tot een crisis. Wijnkoop en anderen richten de Sociaal-Democratische Partij (SDP; de voorloper van de Communistische Partij Nederland) op. Voogd en Bakker en hun beide echtgenoten stellen de Tielse afdeling voor over te gaan naar de SDP. De afdeling wijst dit voorstel af. Voor Voogd, Bakker en hun echtgenoten reden om het lidmaatschap op te zeggen.

Voogd is vervolgens betrokken bij de oprichting van de SDP. Kort daarna doet het Internationaal Socialistisch Bureau een voorstel om te bemiddelen tussen de SDAP en de SDB. De SDAP accepteert het voorstel. Het bestuur van de inmiddels opgerichte SDB voelt hier niets voor. Een snel bijeengeroepen buitengewoon congres van de SDP op 21 maart 1909 bevestigt met 257 stemmen voor en 127 tegen dit standpunt. Voogd hoort bij de tegenstemmers. Hij steunt dus wel het bemiddelingsvoorstel, omdat hij het liefst de eenheid onder de socialisten wil bewaren. Korte tijd daarna keert hij terug in de SDAP.

Inmiddels heeft Voogd in maart op eigen verzoek met ingang van september 1909 in Tiel eervol ontslag gekregen bij de HBS en het gymnasium. Vervolgens vertrekt het gezin Voogd weer naar Amsterdam. Al had Voogd zijn baan opgegeven, het onderwijs bleef hij trouw. Hij wijdde zich nu volledig aan de socialistische jeugd- en arbeidersontwikkelingen. Zijn kennis van het Duits verschafte hem toegang tot de Duitse sociaal-democratie, die hem de rest van het leven als voorbeeld diende.

Voogd kan worden gezien als de belangrijke initiatiefnemer tot de oprichting van de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) in 1918, de overkoepelende organisatie van sociaal-democratische jeugdorganisaties. Voogd zat bovendien in de Onderwijsraad, die de overheid adviseerde. Na de Eerste Wereldoorlog beijvert Voogd zich voor het herstel van de verloren gegane internationale sociaal-democratische contacten. Hij kreeg de opdracht een program en statuten op te stellen voor een te stichten socialistische arbeiders jeugdinternationale. In mei 1920 werd deze jeugdinternationale opgericht met Voogd als voorzitter. Hij vervult daarmee internationaal een leidende rol. Daardoor kwam hij bij de AJC na 1920 in de schaduw van Koos Vorrink te staan. Hij liet Vorrink kennis maken met de Duitse jeugdbeweging, die een overweldigende indruk maakte.

Voogd maakte zich ook buiten de socialistische kring verdienstelijk voor de arbeidersontwikkeling. Hij schreef in verschillende bladen en was van 1920 tot 1925 hoofdbestuurlid van de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen. In 1923 bereidde hij de oprichting van het Instituut voor Arbeiders-Ontwikkeling (IvAO) voor. Alle scholings- en vormingsactiviteiten van de vakorganisatie NVV en de SDAP werden daarin ondergebracht. Voogd en Vorrink werden aangesteld als bezoldigden voor dit instituut. Daarnaast is Voogd nog gemeenteraadslid en statenlid geweest (1919-1923 raadslid in Laren, 1928-1935 statenlid van Noord-Holland, 1935-1938 raadslid in Haarlem). Om gezondheidsredenen trad hij in 1938 terug. Hij overleed op 14 juni 1939 in Haarlem.