Jan van Uitert

Op de foto staan G.J. (Jan) van Uitert (met ambtsketen als loco-burgemeester), links van hem zijn echtgenote en rechts respectievelijk de commisaris van de Koningin, mr. H.W. Bloemers, Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Claus en, namens het bestuur van de stichting Vierstromenland, J.G. van Hesteren.

G.J. van Uitert is de zoon van de in 1931 in de gemeenteraad gekozen S. (Stef) van Uitert, die eveneens wethouder is geweest (van 1946 tot 1949 en van 1956 tot 1962). Nog voor de invoering van het algemeen kiesrecht in 1919 was S. van Uitert lid van de SDAP geworden. Hij werkte toen als mandenmaker bij de mandenfabriek A. Strijkers aan de Papesteeg. Daar werkte overigens meer SDAP-leden, onder andere Martinus Boet (die afdelingsvoorzitter is geweest), J. Smits en B. Snoek.

Van S. van Uitert is bekend dat hij in 1916 bij de mandenfabriek wordt ontslagen, mede omdat hij lid was van de SDAP. Het jonge gezin vertrekt dan naar Delft. In 1919 kan S. van Uitert echter weer terug komen bij dat bedrijf. Later kwam S. van Uitert voor Het Vrije Volk in dienst van de Arbeiderspers. Toen kreeg het gezin het beter. De “jonge van Uitert” komt dus uit een rood nest.

Na de gemeentelijke mulo in Tiel te hebben gedaan, werkt hij bij het Tielse textielbedrijf van Athmer Martens in de Gasthuisstraat. Hij werd tevens actief in de AJC (Arbeiders Jeugd Centrale). Door middel van diverse avondstudies bekwaamt hij zich verder in vooral administratief-financiële richting. Op 30-jarige leeftijd treedt de “jonge van Uitert” als boekhouder (later directeur) in dienst bij de in 1889 opgerichte coöperatie Vooruitgang Zij Ons Doel (VZOD). Kort voor de Tweede Wereldoorlog ging hij daar aan het werk. Met die overstap kwam hij nog dichter bij de arbeidersbeweging te staan.

In zijn vrije tijd was hij ondermeer voorzitter van de PvdA afdeling Tiel (vanaf 1946 met een korte onderbreking tot 1963). Zitting nemen in de gemeenteraad was niet mogelijk vanwege het raadslidmaatschap van zijn vader. In 1960 fuseerde de coöperatie VZOD met de katholieke coöperatie.

In 1962 nam de “oude van Uitert” afscheid van de locale politiek. Dit maakte het voor de “jonge van Uitert” mogelijk om raadslid te worden. In 1962 werd hij ook meteen wethouder. Zo begon de “jonge van Uitert” op 52-jarige leeftijd als gemeentebestuurder. Een loopbaan die 16 jaar zou duren (tot 1978). Hij heeft in die periode vrijwel alle portefeuilles (onder andere onderwijs, financiën, woonruimteverdeling, sportzaken, jeugdzaken, economische zaken). Bij zijn afscheid citeerde hij in zijn speech een gedeelte uit “Ons Tiel”, het Tielsch Volkslied van G.J. Peters uit juni 1922: “In het geboomte der rijke Batouwe. Tusschen de waat’ren van Waal en van Rijn. Dáár ligt mijn Tiel, waar ik het licht mocht aanschouwen. Waar ‘t mij een eer is goed burger te zijn!” Jan van Uitert overlijdt in 1995 op 84-jarige leeftijd.