Door op 1 februari 2012

PvdA stelt vragen over non-actief stellen directeur Bibliotheek

De Tielse PvdA-fractie heeft schriftelijke vragen aan het college van b en w gesteld over het besluit van de Raad van Toezicht van de Stichting Openbare Bibliotheek Rivierenland om de directeur-bestuurder mevrouw Marianne Bakker per 21 januari 2012 op non-actief te stellen. Op die datum heeft een lid van dezelfde Raad van Toezicht, de heer J. Dikken, op haar stoel plaatsgenomen. De PvdA vraagt zich af in hoeverre het college invloed heeft (gehad) op het het besluit en wat de financiële gevolgen zijn voor de gemeente.

In een persbericht heeft de Raad van Toezicht meegedeeld dat de directeur de bestuurlijke kwaliteiten mist om de maatschappelijke rol van de bibliotheek in het kader van onder meer de bezuinigingen veilig te stellen. De gemeente Tiel subsidieert de Stichting als aandeelhouder en opdrachtgever met ruim € 750.000 per jaar. Het besluit van de Raad van Toezicht om mevrouw Bakker op non-actief te stellen en tegelijkertijd een nieuwe functionaris aan te stellen kan vergaande financiële consequenties hebben, zo stelt de PvdA. Jan Beijer van de PvdA heeft daarom de volgende vragen gesteld:

1. Heeft het college van B en W als opdrachtgever en aandeelhouder invloed op de handelwijze van de Raad van Toezicht om de directeur te vervangen en op het functioneren van dit orgaan in het algemeen?

2. Het vertrek van de directeur, die heeft aangekondigd in beroep te gaan, kan vergaande financiële consequenties hebben. Is het college bereid van de Raad van Toezicht de garantie te vragen dat deze onvoorziene kosten niet voor rekening van de gemeente komen?

3. Vorig jaar heeft de gemeente Tiel een convenant voor de uitvoering van het bibliotheekwerk in de periode 2012-2015 ondertekend. Het betreffende raadsvoorstel kwalificeert dit convenant als “een duidelijke koers” voor de toekomst. In het genoemde persbericht constateert de Raad van Toezicht evenwel dat een andere koers voor de toekomst noodzakelijk zou zijn. Heeft het college van B en W als opdrachtgever met de Raad van Toezicht afspraken gemaakt over deze nieuwe koers en is het college van B en W op de hoogte gesteld van deze koerswijziging?

Het college van b en w is verplicht deze vragen binnen dertig dagen te beantwoorden.